Zelfs tot op heden, meer dan 20 jaar na de laatste maanlanding, verrichten wetenschappers studies op deze exemplaren.
De meeste stenen van het maanoppervlak hebben een ouderdom van 4,6 tot 3 miljard jaar, terwijl de oudste stenen die wij op aarde terugvinden een leeftijd hebben van 3 miljard jaar.
Zo kunnen wij dankzij de maanstenen gegevens afleiden uit de beginfase van ons zonnestelsel, wat dus niet kan met de gesteenten van de aarde.
Voordat geleerden over maanmonsters konden beschikken was er geen consensus over het ontstaan van de maan.
Er waren drie belangrijke theorieën: co-accretion die er op neerkwam dat de Maan en de aarde tesamen gevormd zijn uit de Zonnenevel; splitsing wat betekent dat de maan zich zou afgescheiden hebben van de aarde; en invanging waarbij men er van uitging dat de maan en de aarde los van elkaar gevormd zijn, en dat achteraf de maan ingevangen is door de aarde.
Geen enkele van deze theorieën bleek zekerheid te geven.
Maar nieuwe en gedetailleerde informatie van de maanstenen leidde tot de inslagtheorie: de aarde zou gebotst hebben met een tamelijk groot lichaam zodat er materie door de aarde uitgestoten werd en uit deze materie zou de maan ontstaan zijn.
Niet alle details van deze theorie zijn uitgewerkt, maar zij is momenteel de meest aanvaarde.
De maan heeft geen magnetisch veld.
Maar sommige gesteenten zijn magnetisch wat er op wijst dat er in vroegere tijden een magnetisch veld op de maan geweest zou zijn.
Door het ontbreken van een atmosfeer en een magnetisch veld is het maanoppervlak bloot gesteld aan de zonnewind.
Gedurende een periode van 4 miljard jaar zijn vele waterstofdeeltjes van de zonnewind opgeslorpt door de maangesteenten.
De studie van de door Apollo meegebrachte maangesteenten zijn van groot belang voor de betere kennis van de zonnewind.
De waterstof in de maangesteenten zou in de toekomst nuttig kunnen zijn voor brandstof op aarde.